Eindpuntje


Hoe je met pijn, verdriet en tegenslag om kunt gaan, krijg je als klein kind al voorgeleefd. Wie krampachtig werd afgeleid, leerde af zichzelf te voelen, de rammelaar voor je neus werd later wellicht de TV, of alcohol. Werd elk ongemak verzacht met snoep of kadootjes, dan kan je een emotie-eter worden of hang je aan materiele welvaart. Leed je moeder al te hevig met je mee, of werd ze zelf bang, dan zal je later vooral anderen jouw leed willen besparen, en jezelf vergeten. Werd je eenvoudig overgeleverd en losgelaten in je nood, dan ben je nu mogelijk een stoere zelfdoener die geen hulp kan vragen. Zochten je ouders voor elk pijntje een verklaring of professionele hulp, dan blijf je daarvan steeds onzeker en afhankelijk. Of misschien was/is er iemand die weet dat dit bij het leven hoort, die je tranen laat stromen, weet dat het náár is en er toch naast blijft staan. Die je omarmt, letterlijk of figuurlijk, en laat voelen: steun is altijd in de buurt, en daarmee kan jij dit aan. Het is nooit te laat jezelf, je kind of wie dan ook, alsnog iets van dit soort steun te (leren) geven.

terug Stuur dit puntje naar een vriend